Naar boven
  • Vakkundig
  • Vertrouwd
  • Voordelig

Spuitbussen


Spuitbussen header

Stappenplan in het kort

  1. Schuur het object met een grove korrel en werk naar een steeds fijnere korrel tot het werkstuk mooi glad is.
  2. Maak het werkstuk stof en vetvrij doormiddel van thinner, ammonia of een andere ontvetter.
  3. Zorg ervoor dat de omgeving een beetje vochtig is om opstuivend stof te verhelpen, bijvoorbeeld door een plantenspuit.
  4. Indien nodig plamuur het werkstuk mooi glad en schuur het opnieuw.
  5. Als het werkstuk stof/vet vrij is en droog kun je beginnen met het spuiten.
  6. Zorg voor een stof vrije ruimte en dat de ruimte 20/22 graden is.
  7. Schud de spuitbus goed.
  8. Houd de spuitbus circa 30cm van het werkstuk.
  9. Spuit de verf er niet te dik op.
  10. Begin eerst met een oefenstukje om het gevoel te krijgen.
  11. Begin altijd eerst te spuiten naast het werkstuk en maak dan rechte banen.
  12. Laat de banen verf een stukje overlappen.
  13. Als de verf aangedroogd is (zie verpakking voor de tijden) herhaalt u het spuiten minimaal 3 keer voor een mooi resultaat.
  14. Als de verf er mooi opzit kan de blanke lak aangebracht worden.

Stappenplan uitgebreid

Voorbereidingen en schuren

De voorbereiding is heel belangrijk en heeft grote invloed op het eindresultaat. De voorbereiding neemt waarschijnlijk ook meer tijd in beslag dan het spuiten zelf. Schuur het materiaal dat je gaat spuiten goed op. Je kunt het beste met een grove korrel beginnen en dan met een kleine/fijne korrel eindigen. Het doel is om het materiaal volledig vlak te krijgen. Zelfs de kleinste beschadigingen zullen in het uiteindelijke resultaat goed te zien zijn. Je kunt nat en droog schuren maar in het algemeen levert nat een gladder resultaat en vermindert het stof.

Plamuurpaste of spuitplamuur aanbrengen
Beschadiging die niet weg te schuren zijn, moet je plamuren. Als er geplamuurd wordt, hoeft het materiaal niet zo perfect glad te zijn als in de vorige stap is aangegeven; hierna wordt toch weer geschuurd. Je kunt op verschillende manieren plamuren; met een pasta, spatel of spuitplamuur. Spuitplamuur is bij kleinere beschadigingen vaak ideaal, aangezien dit makkelijker werkt dan de plamuur in pastavorm. Bij grotere beschadigingen blijkt toch vaak dat plamuur in pastavorm de enige optie is. Gebruik zo min mogelijk plamuur want alles wat je er teveel op smeert moet er weer afgeschuurd worden! Zorg er ook voor dat het oppervlakte eerst goed ontvet is. Het ontvetten gebeurt het beste door middel van een doek die geen stof achterlaat (bijvoorbeeld een theedoek) met bijvoorbeeld ammoniak. Wacht vervolgens wel eerst tot het oppervlakte droog is, alvorens tot plamuren over te gaan.

Primer spuiten

Als de plamuur is aangebracht en goed is uitgehard (zie voorde droogtijd de verpakking), is het weer tijd om te schuren. Ook hier kun je het beste weer met een grove korrel beginnen en met een kleine/fijne korrel te eindigen voor een perfect glad resultaat. Als het object mooi glad is kun je weer gaan ontvetten. Het uiteindelijke doel is dat het met de spuitbussen te spuiten oppervlakte stofvrij, vetvrij en droog is. Ook is het verstandig om de omliggende dingen naast je werkstuk nat te maken met een plantenspuit dit voorkomt dat er stof opdwarrelt en op je werkstuk komt.

Als alles stofvrij, vetvrij en droog is, breng dan de primer aan. Zorg ervoor dat de ruimte waar je in spuit droog en wind- en stofvrij is. Ook de temperatuur is van belang, kamertemperatuur is perfect. In spuitbussen zitten schadelijke drijfgassen die slecht voor je zijn, gebruik daarom mondbescherming en handschoenen. Schud de spuitbus met primer zorgvuldig, doe dit even lang als dat er staat aangegeven op de spuitbussen, meestal een paar minuten.

Als spuittechniek moet je nooit de spuitknop indrukken als het richting het materiaal gericht is. Dan komt er in een keer veel verf op het materiaal en dan kan de verf gaan druipen of anderszins verpest worden. Druk altijd iets naast het materiaal de spuitbus in en maak dan een rechte en vloeiende baan over het materiaal heen. Zorg dat de spuitbus hierbij zo'n 30 cm van het materiaal verwijderd is. Zorg ervoor dat de hele breedte van je werkstuk gespoten wordt en dat de lagen elkaar een stukje overlappen. Bij deze eerste laag is het niet erg als het niet in 1 keer dekkend is. Probeer dit dan ook niet, de kans op druipers is dan groot.

Na de eerste laag moet de primer drogen; er kan niet meteen weer overheen gespoten worden. Op de spuitbus staat meestal aangegeven hoe lang de betreffende primer nodig heeft om goed te drogen voordat de volgende laag gespoten kan worden. Wacht ook zolang als er staan aangegeven, probeer niets te snel te doen. Bij teveel haast is de kans groot dat al het voorgaande werk voor niets is geweest en er weer opnieuw moet worden begonnen. Als de primer goed is uitgehard, kan de volgende laag gespoten worden. Maak op die manier minimaal 3 lagen, maar meer mag ook. Zorg ervoor dat de primer uiteindelijk goed dik erop zit omdat je het daarna nog op moet schuren. Als ook de laatste laag van de primer goed is uitgehard, kun je deze heel fijn opschuren om alles perfect glad te krijgen.

De laklaag spuiten
Zorg ervoor dat alles stofvrij, vetvrij en droog is voordat de lak (de kleur) gespoten kan worden. Dit kan wederom door ammoniak, maar ook door andere ontvetters die de primer niet aantasten. Hierna kun je beginnen met het spuiten van de lak. Dit doe je op dezelfde manier die gebruikt is bij het spuiten van de primer. Ook hier moeten minimaal zo'n drie lagen gespoten worden, maar ook hier geldt meer kan ook. Het doel is dat de kleur uiteindelijk goed dekkend is. Spuit liever meer dunnere lagen, dan weinig dikke lagen. Als je dikkere lagen spuit, is de kans op druipers veel groter. Let ook op dat de spuitbussen niet geheel leeggespoten worden op het materiaal, stop met spuiten voordat de bus leeg begint te raken. Een bijna lege spuitbus kan gaan spetteren, waardoor het spuitresultaat minder goed is en er spetters opzitten.

Blanke lak spuiten
Om de lak te beschermen kan er een blanke laklaag overheen gespoten worden. De gespoten laklaag moet hiervoor wel helemaal gedroogd zijn. Spuit de blanke lak ook weer in zo'n drie lagen. Door deze blanke lak komt er een glanzende laag eroverheen. Mocht dit niet de bedoeling zijn, kun je ook kiezen voor zijdeglans of matte lak. Laat het geheel goed uitharden, anders kan de lak zeer makkelijk beschadigd worden.